In deze civiele zaak verzocht appellant, de oudste broer van de vermiste persoon, het gerechtshof om een rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken, nadat de rechtbank dit verzoek had afgewezen. De vermiste persoon is sinds 12 oktober 1998 spoorloos en ondanks diverse onderzoeken door politie en een privé detective is geen teken van leven gevonden. De familie acht het overlijden aannemelijk gezien de lange periode van afwezigheid en de omstandigheden van de verdwijning.
Het hof heeft de feiten en omstandigheden zorgvuldig gewogen, waaronder de conclusie van het Openbaar Ministerie dat niet kan worden vastgesteld of de vermiste nog in leven is. Het hof stelde vast dat het uittreksel uit de basisregistratie personen niet betekent dat de vermiste in 2003 nog in leven was, maar dat dit voortkomt uit het ontbreken van een bekend adres.
Het hof besloot de vermiste op te roepen voor een zitting op 16 februari 2017 via publicaties in de Staatscourant, een landelijke krant en een Marokkaanse krant. Indien de vermiste niet verschijnt en niemand anders het tegendeel kan bewijzen, zal het hof het rechtsvermoeden van overlijden uitspreken. Hiermee kan de familie de emotionele kwestie afsluiten en de nalatenschap afhandelen.