Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[voornaam] ,
- subsidiair – voor het geval het hof toch tot enige bewezenverklaring zou komen – bepleit dat zal worden volstaan met oplegging van een kortere gevangenisstraf dan door de eerste rechter is opgelegd;
- bepleit dat de voorlopige hechtenis van de verdachte voor onbepaalde tijd zal worden geschorst, dan wel dat deze zal worden verlengd tot 14 dagen na de datum waarop het hof arrest zal wijzen.
- de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat de verdachte zich met anderen, in een georganiseerd crimineel verband, heeft schuldig gemaakt aan het gedurende langere tijd vanuit Polen naar Nederland invoeren van grote partijen chemicaliën die waren bestemd voor de productie van (precursoren van) synthetische drugs, zoals amfetamine en MDMA;
- de omstandigheid dat het bewezenverklaarde in verband staat met de (zeer) grootschalige productie van harddrugs, kennelijk ook bedoeld voor de uitvoer naar Engeland en/of Noorwegen;
- de omstandigheid dat synthetische harddrugs, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren;
- de omstandigheid dat de productie van synthetische drugs schadelijk is voor het milieu vanwege de wijze waarop chemische afvalstoffen van dergelijke productieprocessen vaak illegaal worden afgevoerd in het openbare riool, dan wel middels lozingen in openbare wateren of dumping in de openbare ruimte;
- de omstandigheid dat verdachte slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin; uit de inhoud van het procesdossier, in het bijzonder de weergaven van de OVC-gesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 4] , kan worden opgemaakt dat de (mede) door verdachte geleide criminele organisatie een maandelijkse omzet genereerde van ongeveer € 150.000,00;
- de omstandigheid dat de internationale rechtsorde en de openbare orde door het bewezenverklaarde is geschonden;
- de leidinggevende en coördinerende rol van de verdachte binnen de onderhavige criminele organisatie zoals die uit de bewijsmiddelen naar voren komt;
- de omstandigheid dat de verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan vanuit de P.I. gedurende de periode dat hij preventief was gedetineerd (immers had hij hoger beroep ingesteld tegen een veroordeling tot een langdurige gevangenisstraf) in verband met de verdenking van het begaan van soortgelijke feiten.
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 25 juli 2016, waaruit blijkt dat hij voorafgaand aan het bewezen verklaarde eenmaal eerder is veroordeeld, maar niet ter zake van een feit als de onderhavige feiten;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, in het bijzonder de omstandigheid dat hij momenteel een baan zou hebben op het gebied van de antenne(ver)bouw en - sloop met vooruitzicht op een vast contract.