Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[voornamen] [verdachte] ,
- de verdachte ter zake van de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
- het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag verbeurd zal verklaren.
- bepleit dat de verdachte van de onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken, dan wel dat zij partieel daarvan zal worden vrijgesproken, te weten: voor zover het telkens betreft de periodes van 1 januari 2012 tot en met augustus 2012 en van 1 januari 2013 tot en met 4 juni 2013;
- subsidiair – voor het geval het hof tot enige bewezenverklaring zou komen – bepleit dat zal worden volstaan met oplegging van een gevangenisstraf waarvan de duur niet langer is dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en dat het hof zal bepalen dat het geld waarop beslag is gelegd aan verdachte zal worden teruggegeven.
- bestelde zij de onderhavige chemicaliën bij een legaal Pools bedrijf en zijn die stoffen in Polen niet verboden, waarvan de verdachte ook op de hoogte was;
- kunnen de onderhavige middelen ook worden gebruikt voor legale doeleinden en mag uit de combinatie van de bestelde middelen niet zonder meer worden afgeleid dat deze waren bestemd waren voor de productie van drugs;
- kan uit de getapte telefoongesprekken niet zonder meer worden afgeleid dat sprake is van versluierd taalgebruik en blijkt uit geen enkel tapgesprek van enige bewustheid bij de verdachte van betrokkenheid bij strafbare feiten,
- met ‘keuken’ en ‘appartement’ een chemische stof, zoals apaan, wordt bedoeld;
- met ’44’, apaan wordt bedoeld;
- met ‘keukenzout’ of ‘zout’, ‘zoutzuur’ wordt bedoeld.
- met de letter ‘F’ en ‘For” wordt gedoeld op formamide.
- ‘zij’ (het hof begrijpt: medeverdachten [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 1] ) niet via de telefoon willen praten, omdat de telefoon afgeluisterd kan worden;
- ‘zij’ tegen haar hebben gezegd dat zij ‘meubels’ moet bestellen, waarop [betrokkene] lacht en zegt: “Meubels?”;
- [verdachte] daarop zegt: “Ja ‘keukenmeubels’ meestal, of ‘keukenzout’. En zo praat hij met mij via de telefoon, want in Nederland kan hij het niet direct zeggen”.
- zij met ‘ [bijnaam 2] ’ (hof: verdachte [voorletter(s)] [medeverdachte 1] ) heeft gebeld dat de producten bij Raben staan en dat hij ze op moest gaan halen;
- zij heeft besloten dit niet zelf te doen, omdat zij geen risico wilde lopen en daarom heeft gevraagd de bestelling terug te sturen;
- ‘het’ in Polen misschien is toegestaan, maar in Nederland niet.
- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat de verdachte zich met anderen, in een georganiseerd crimineel verband, heeft schuldig gemaakt aan het gedurende langere tijd vanuit Polen naar Nederland invoeren van grote partijen chemicaliën die waren bestemd voor de productie van (precursoren van) synthetische drugs, zoals amfetamine en MD(M)A;
- de omstandigheid dat het bewezen verklaarde in verband staat met de (zeer) grootschalige productie van harddrugs, die eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren;
- de omstandigheid dat de productie van synthetische drugs schadelijk is voor het milieu vanwege de wijze waarop chemische afvalstoffen van dergelijke productieprocessen vaak illegaal worden afgevoerd in het openbare riool, dan wel middels lozingen in openbare wateren of dumping in de openbare ruimte;
- de omstandigheid dat verdachte slechts heeft gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin;
- de omstandigheid dat de internationale rechtsorde en de openbare orde door het bewezen verklaarde is geschonden;
- de relatief ondergeschikte, uitvoerende en faciliterende rol van de verdachte binnen de onderhavige criminele organisatie had zoals die uit de bewijsmiddelen naar voren komt.
- de inhoud van het haar betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 25 juli 2016, waaruit blijkt dat zij in Nederland niet eerder door de strafrechter is veroordeeld;
- de inhoud van het haar betreffend voorlichtingsrapport van Robur Advies, d.d. 12 augustus 2013, opgemaakt door dhr. [naam 6] , forensisch maatschappelijk werker;
- de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, in het bijzonder de omstandigheden dat zij momenteel werkloos is en een uitkering ontvangt, zij kampt met psychologische problematiek waarvoor zij in therapie is, zij onlangs is gescheiden van haar Poolse echtgenoot en haar 15-jarige zoon momenteel verblijft bij haar moeder in Polen en in Polen wordt onderzocht of hij daar kan blijven in verband met deze strafzaak.