ECLI:NL:GHSHE:2016:5594
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs schuldwitwassen ondanks verdenking levenspartner
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor gewoontewitwassen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 augustus 2011, waarbij zij werd verdacht van het verwerven, voorhanden hebben, overdragen en omzetten van diverse goederen en geldbedragen die afkomstig zouden zijn uit misdrijven gepleegd door haar levenspartner.
De officier van justitie vorderde in hoger beroep een veroordeling wegens schuldwitwassen met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. Verdachte ontkende en stelde dat zij nagenoeg buiten de financiën van de gezamenlijke huishouding werd gehouden en geen wetenschap had van de criminele herkomst van de gelden.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd vanwege wijziging van de tenlastelegging en heeft na onderzoek ter terechtzitting geconcludeerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte wetenschap had van de criminele herkomst van de gelden en goederen. De bewezenverklaring tegen haar levenspartner maakte dit niet anders.
Daarom sprak het hof verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde schuldwitwassen. Het hof benadrukte dat verdachte onvoldoende aanwijzingen had om redelijkerwijs te vermoeden dat de gelden of goederen afkomstig waren van enig misdrijf.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij wetenschap had van de criminele herkomst van gelden en goederen.