ECLI:NL:GHSHE:2016:5591
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goed vertrouwen en onvoldoende nakoming
Appellanten hebben in eerste aanleg verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling, maar de rechtbank wees dit af omdat zij niet te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De rechtbank motiveerde dat appellanten onvoldoende inspanningen hadden verricht om schulden af te lossen en onredelijk nieuwe schulden waren aangegaan.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij het advies van een maatschappelijk werkster hadden opgevolgd om niet af te lossen op bepaalde schulden en dat een lening van een collega als vriendendienst moest worden beschouwd. Tevens stelden zij dat het menselijk aspect meegewogen moest worden en dat de afwijzing facultatief was.
Het hof oordeelde dat de schuldenlast niet te goeder trouw was ontstaan, onder meer door kaartschulden en het aangaan van nieuwe leningen terwijl er geen uitzicht was op aflossing. Ook ontbrak een aannemelijke onderbouwing van de schulden en was niet gebleken dat de psychosociale problemen van appellanten duurzaam beheersbaar waren. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van goed vertrouwen en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming.