11.8.Hiermee is op alle geschilpunten in hoger beroep beslist. Samengevat heeft het hof in dit arrest en in de twee voorafgaande tussenarresten de volgende beslissingen genomen:
- naar aanleiding van de tweede grief van de vrouw heeft het hof beslist dat de beslissing van de rechtbank inzake de hypotheeklasten, de onroerendzaakbelasting en de rioolheffing met betrekking tot de voormalige echtelijke woning gedeeltelijk gegrond is. Het hof zal de beslissing van de rechtbank op dit punt vernietigen en opnieuw rechtdoende bepalen dat de man de hypotheeklasten met betrekking tot de voormalige echtelijke woning vanaf 23 maart 2009 volledig voor zijn rekening moet nemen en dat de onroerendzaakbelasting en de rioolheffing wat betreft de periode 23 maart 2009 tot 31 maart 2011 voor de helft ten laste van de vrouw komen. Het voorgaande brengt mee dat ook de beslissing van de rechtbank dat het belastingvoordeel in verband met de betaalde hypotheekrente bij helfte moet worden verdeeld, niet in stand kan blijven;
- wat de door de man te betalen gebruiksvergoeding voor de voormalige echtelijke woning betreft, kan de beslissing van de rechtbank evenmin in stand blijven. Het hof zal, opnieuw rechtdoende, bepalen dat de man een gebruiksvergoeding over de periode van 23 maart 2009 tot 15 maart 2011 aan de vrouw moet betalen van € 6,65 per maand en de man veroordelen om deswege aan de vrouw (8/31 x € 6,65) + (23 x € 6,65) + (15/31 x € 6,65) = € 157,89 te voldoen;
- met betrekking tot de energiekosten van de voormalige echtelijke woning heeft het hof beslist dat de vrouw 1/6 deel van die kosten vanaf oktober 2007 tot 31 maart 2011 moet dragen. De man heeft verdeling gevorderd van de nabetaling energiekosten ten bedrage van
€ 798,57. Hiervan komt 1/6 deel = € 133,10 ten laste van de vrouw. Dit betekent dat de beslissing van de rechtbank op dit punt niet in stand kan blijven. Het hof zal opnieuw recht doen zoals hiervoor is aangegeven;
- wat betreft het negatieve saldo op de Raborekening [rekeningnummer] heeft het hof beslist dat de beslissing van de rechtbank op dit punt niet in stand kan blijven: de vrouw is met betrekking tot dit negatieve saldo niets verschuldigd;
- wat betreft de leenschuld aan de ouders van de vrouw zal het hof de beslissing van de rechtbank vernietigen en opnieuw rechtdoende bepalen dat deze schuld € 35.000,- bedraagt, te vermeerderen met een rente van 5,4% per jaar vanaf 1 januari 2003 en tevens dat ieder van partijen voor de helft draagplichtig is voor deze schuld;
- de beslissing van de rechtbank met betrekking tot de door de man betaalde “overige schulden” (de vrouw is veroordeeld om dienaangaande aan de man € 9.591,34 te betalen) wordt eveneens vernietigd; de vordering van de man op dit punt wordt afgewezen;
- ook de beslissing inzake de overbedeling met betrekking tot de verdeling van de auto’s kan niet in stand blijven: de man zal worden veroordeeld om aan de vrouw (€ 10.000,- minus
€ 5.395,-) : 2= € 2.302,50 te betalen;
- met betrekking tot de ten name van de vrouw staande woning in Duitsland kan de (afwijzende) beslissing van de rechtbank evenmin in stand blijven. Het hof zal die woning aan de vrouw toedelen onder gehoudenheid om aan de man een bedrag van € 7.500,- te voldoen;
- ter zake van de (in hoger beroep voor het eerst ingestelde) vordering van de man met betrekking tot de saldi bij Raiffeisenbank en Deka Investmentfonds zal het hof bepalen dat deze saldi worden toegedeeld aan de vrouw onder gehoudenheid om de helft van die saldi aan de man te betalen, te weten een bedrag van € 176,01 respectievelijk € 2,39.