Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de heer [bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder;
- mevrouw [beschermingsbewindvoerder] , hierna te noemen: de beschermingsbewindvoerder.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellante is in eerste aanleg veroordeeld wegens toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van haar informatie- en sollicitatieverplichtingen binnen de schuldsaneringsregeling, waardoor geen schone lei werd verleend.
In hoger beroep voert zij aan dat haar gezondheidsproblemen haar belemmerden, dat zij deels ontheffing had en dat zij vrijwilligerswerk verrichtte. De bewindvoerder en beschermingsbewindvoerder bevestigen haar beperkte arbeidsgeschiktheid, maar wijzen op het ontbreken van voldoende sollicitatieactiviteiten.
Het hof constateert dat appellante tekort is geschoten in haar verplichtingen en dat deze tekortkomingen haar kunnen worden toegerekend. Gezien nieuwe medische stukken en verbeterde communicatie met de bewindvoerder, besluit het hof de regeling met twee jaar te verlengen, waarbij appellante zo spoedig mogelijk een second opinion-keuring moet ondergaan om haar arbeidsverplichtingen opnieuw te beoordelen.
De verlengde looptijd vangt aan op de dag dat het arrest in kracht van gewijsde treedt, 29 oktober 2016, en loopt tot uiterlijk 29 oktober 2018. Alle verplichtingen blijven onverkort van kracht gedurende deze periode.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van appellante wordt met twee jaar verlengd met behoud van alle verplichtingen.