Uitspraak
DE GEMEENTE MAASTRICHT,
18.Het tussenarrest van 27 januari 2015
19.Het verdere verloop van de procedure
- het genoemde tussenarrest van 27 januari 2015;
- het door de deskundige opgemaakte rapport van 21 augustus 2015;
- de door de gemeente genomen memorie na deskundigenbericht waarbij producties zijn overgelegd;
- de door [appellante] genomen memorie na deskundigenbericht waarbij als productie twee foto’s zijn overgelegd.
20.De verdere beoordeling
“Daarmee is vraag b (…) niet meer aan de orde.”.
is aangegeven dat het aanbrengen van het frame niet is uitgevoerd door [leverancier] vanwege tijdgebrek. Het frame is aangebracht door [immobilien] Immobilien voor (…) € 94010,-.
- insnijden hakken en verwijderen betonnen vloer;
- aanbrengen van gaten met een graafmachine omdat zonder die gaten de balken niet konden worden ingebracht onder de wagen;
- het met de schop graven van 4 sleuven met een lengte van 15 meter en een diepte van 1.20 meter voor het doorvoeren van de stalen balken;
- het onder deze omstandigheden aanbrengen van het frame;
- de continu aanwezigheid van twee personen met brandblusser voor brandgevaar als gevolg van het lassen onder de houten vloer en houten balken;
- 204 verbindingsstukken die op het frame zijn gelast en dienen om het gebouwde frame onlosmakelijk te verbinden met het oorspronkelijke frame;
- huur van materiaal zoals hijsmachine, heftruck, betonzager, luchtbeitels en overig materiaal;
- het feit dat de grond onder de woonwagen opliep.
heeft deze conclusie van de gemeente bestreden.
Het grote verschil tussen deze twee bedragen is zonder meer duidelijk, maar enkel uit dit grote verschil kan niet worden afgeleid wat de gemeente diende te bewijzen, te weten dat sprake was van bedrog in die zin dat “door of namens [appellante] tijdens de onderhandelingen is gesteld dat het plaatsen van een dure, zware permanente staalconstructie noodzakelijk was, maar dat is verzwegen dat zo’n permanente staalconstructie niet zou worden aangebracht” (zie ook r.o. 8.2 van het tussenarrest van 1 april 2014). Voor zover alle in dit geding overgelegde offertes betrekking hebben op “dure, zware permanente staalconstructies” is daarmee nog niet gegeven dat door of namens [appellante] bij de onderhandelingen is aangevoerd dat de plaatsing daarvan noodzakelijk was, maar dat zij al wist dat zij dit niet zou doen. Duidelijk is slechts dat alle partijen bij de berekening van de verplaatsingskosten er rekening mee hielden of ervan zijn uitgegaan dat een permanente staalconstructie meer dan € 100.000,- zou kosten. Dat door of namens [appellante] bij de besprekingen is gesteld dat het plaatsen van een dergelijke constructie noodzakelijk zou zijn, waarbij zij vervolgens heeft verzwegen dat zij dit niet zou doen, blijkt daaruit niet. Uit de inhoud van het aan het hof overgelegde dossier kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat het [appellante] is geweest die “een dure, zware permanente staalconstructies” heeft voorgesteld én daarbij heeft aangevoerd dat dit noodzakelijk zou zijn. Het hof wijst er hierbij op dat de gemeente zich bij de besprekingen heeft laten bijstaan door een kennelijk door de gemeente als deskundig aangemerkte partij, en wel [management & consulting] Management & Consulting B.V. (VSMC of [management & consulting] , zie het tussenarrest van 3 september 2013, r.o. 4.1.1 sub c). Geen der partijen heeft wat dit betreft verder getuigen laten horen over de inhoud van de besprekingen die tussen partijen zijn gevoerd. Uit de twee overgelegde gespreksverslagen (productie 2 dagvaarding eerste aanleg en productie 7 memorie van grieven) blijkt in elk geval niet dat een en ander zijdens [appellante] is gesteld. Ook uit het feit dat een of meer offertes door [appellante] zijn ingebracht, kan niet worden afgeleid dat [appellante] heeft aangevoerd dat het plaatsen van een dure, zware permanente staalconstructie noodzakelijk was voor de verplaatsing en dat zij daarbij heeft verzwegen dat zo’n constructie niet zou worden aangebracht. De gemeente miskent met die stelling alleen al dat het slechts een of meer offertes betrof die ter tafel lagen voor bespreking en bovendien dat de gemeente zelf kennelijk werd bijgestaan door een eigen deskundige, en wel de eerder genoemde [management & consulting] (zie onder meer nr. 21 memorie van antwoord). Geen der offertes bevat wat dit betreft de opmerking dat plaatsing van een dure, zware permanente staalconstructie noodzakelijk is.