Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mevrouw [bewindvoerder] , hierna te noemen: de bewindvoerder.
- mr. P.E. Butterman, curator in het faillissement van [appellant] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De appellant is in 2014 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft bij vonnis van november 2015 de regeling tussentijds beëindigd wegens tekortkomingen in de nakoming van informatie-, sollicitatie- en afdrachtverplichtingen, alsmede het ontstaan van nieuwe schulden. De appellant is tegen deze beslissing in hoger beroep gekomen.
Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft appellant erkend dat hij niet voldeed aan zijn verplichtingen, waaronder het niet tijdig aanleveren van benodigde stukken en het onvoldoende solliciteren. Tevens heeft hij toegegeven dat hij ondanks eerdere ontkenningen regelmatig het casino heeft bezocht en gegokt, wat in strijd is met de WSNP-regels en het vertrouwen in zijn medewerking schaadt.
Het hof oordeelt dat de tekortkomingen verwijtbaar en toerekenbaar zijn, dat er geen concreet plan van aanpak is voor het aflossen van de schulden en dat het gokgedrag de uitvoering van de regeling frustreert. Daarom ziet het hof geen grond voor verlenging van de regeling en bekrachtigt het het vonnis van de rechtbank tot tussentijdse beëindiging van de WSNP.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen en gokgedrag.