Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Bij beschikking van dit hof van 12 december 2013 heeft het hof de beschikking van de rechtbank inzake de ondercuratelestelling van de moeder vernietigd, ten gevolge waarvan het eenhoofdige gezag van de moeder herleefde. In verband hiermee heeft de vader op 14 januari 2014 zijn verzoek gewijzigd in die zin dat hij gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] wenste te worden belast.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank - conform de adviezen van de raad van 10 juni 2014 en 20 november 2014 - de moeder en de vader gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] belast.
De ouders kunnen zich beiden niet met deze beslissing van de rechtbank verenigen en zij wensen beiden om alleen het gezag over [minderjarige] uit te oefenen.
3.10.2. Het hof stelt voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat ouders gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefenen. Van dit uitgangspunt wordt slechts dan afgeweken, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Het belang van het kind is de maatstaf aan de hand waarvan een verzoek om gezagswijziging moet worden beoordeeld.