Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/252845/HAZA 12-567)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel, met productie;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel tevens akte in principaal appel houdende onder meer overlegging producties;
- de antwoordakte van GfK, met producties.
3.De beoordeling in principaal en incidenteel appel
“issues”). Deze overeenkomst (productie 4 bij de inleidende dagvaarding) houdt onder meer het volgende in:
This Agreement shall only come in force and have effect after the Tax Authorities have given a positive tax ruling (…)”)niet van kracht is geworden, omdat nimmer een positieve tax ruling is afgegeven. [appellant] heeft daarover o.a. zelf gesteld in punt 7 van de memorie van grieven: “…. nu hij zich immers primair op het standpunt stelt dat, nu de opschortende voorwaarde nimmer in werking is getreden er ook nooit een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.” Dat heeft onder meer tot consequentie dat GfK [appellant] niet kan houden aan in het kader van de in verband met die krachteloos gebleven vaststellingsovereenkomst gemaakte afspraken over het betalen van € 350.000,-- aan GfK. De (door GfK gemotiveerd betwiste) stellingen van [appellant] over de totstandkoming, uitvoering en beëindiging van de vaststellingsovereenkomst
als zodanigbehoeven in dit verband verder geen bespreking.