ECLI:NL:GHSHE:2016:2714
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-tijdige betaling griffierecht en toepassing ontslag van instantie
Appellante, een woningstichting, stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een geschil met een aannemersbedrijf over de aankoop van bouwgrond. Tijdens het hoger beroep betaalde appellante het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na aanbrengen van de zaak, maar wel binnen de betalingstermijn van de eerste aanmaning.
Het hof beoordeelde of toepassing van de sanctie van ontslag van instantie op grond van artikel 127a lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gerechtvaardigd was. Gelet op de omstandigheden, waaronder de verhuizing en wisseling van administratief personeel bij het nieuw opgerichte advocatenkantoor, oordeelde het hof dat het toepassen van ontslag van instantie zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard zoals bedoeld in artikel 127a lid 3 Rv.
Geïntimeerde stelde dat zij in het kader van hoor en wederhoor en artikel 6 EVRM Pro in de gelegenheid gesteld moest worden om te reageren op de akte van appellante. Het hof verwierp dit standpunt omdat de sanctie uitsluitend bedoeld is om tijdige betaling af te dwingen en niet ter bescherming van de wederpartij.
Het hof besloot daarom af te zien van ontslag van instantie en gaf appellante ambtshalve peremptoir uitstel om alsnog de memorie van grieven te nemen. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof ziet af van ontslag van instantie en geeft appellante uitstel voor het nemen van de memorie van grieven.