Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[handelsnaam],
1.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven waarbij producties zijn overgelegd;
- de memorie van antwoord;
- de door [appellant] genomen akte;
- de antwoordakte van Forexx.
2.Het geding in eerste aanleg (zaak- rolnr. C/01/279754/HA ZA 14-433)
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
“(…) In de periode van februari 2006 tot en met februari 2007 heb ik via jullie gewerkt voor de firma ProDrive.
“(…)Subject: Afronden oude openstaande facturenBeste Hr. [directeur Forexx] ,Zoals U zich wellicht kunt herinneren hebben wij maanden geleden gesproken over het oplossen van het belastingdienst / VAR / openstaande facturen probleem.Ik heb eindelijk een bevestiging van de belastingdienst omtrent welke posten afgesloten zijn, dan wel nog open staan.Kunnen wij op korte termijn even afspreken en dit afhandelen? (…)”
“(…) Naar aanleiding van uw mail d.d. 29 augustus 2013 doe ik u toekomen een aantal van de stukken waar u om heeft verzocht. Het gaat om de kopie facturen met bewijsstukken. De bewijsstukken zijn de facturen die Forexx indertijd aan Prodrive heeft gestuurd met daarbij gevoegd de urenverantwoording (…)
(…) helaas niet over kunnen gaan tot betaling van uw facturen. (…)”, betekent niet dat daarmee het e-mailbericht van 2 december 2011 wel moet worden beschouwd als een schriftelijke aanmaning of schriftelijke mededeling waarin hij ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt in de zin van art. 3:317 lid 1 BW Pro. Forexx heeft in dat bericht van 14 februari 2012 slechts desgevraagd bij het bericht van 2 december 2011 haar standpunt aan [appellant] laten weten.
Het standpunt van Forexx is steeds geweest dat er niet betaald wordt zolang er geen VAR verklaring is overgelegd.” Aldus is sprake van een erkenning in de zin van art. 3:318 BW Pro, die immers vormvrij is en kan bestaan uit welke handeling of gedraging dan ook. Het hof kan echter, de hele opname beluisterd hebbende, aan de hand van de door [appellant] in zijn memorie van grieven vermelde passages niet met voldoende zekerheid afleiden dat Fomexx de facturen van 6 november 2006, 8 december 2006 en 7 januari 2007 heeft erkend vóór respectievelijk 6 november 2011, 8 december 2011 en 7 januari 2012, dus het verstrijken van de verjaringstermijn(en). Voor een dergelijke conclusie biedt het gesprek te weinig concrete handvatten. Wat dit betreft faalt de tweede grief dan ook.
verstaat dat de vordering geen behandeling behoeft”.