Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het verloop van de procedure
- voornoemde dagvaarding van 28 mei 2015;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met een productie.
2.Het geding in eerste aanleg (zaaknr 3339963 rolnr. 14-9699)
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
De lening wordt terugbetaald vóór 1 juni 2014.”.
De lening wordt terugbetaald vóór 1 juni 2014”in die zin moet worden uitgelegd dat de lening pas hoeft te worden terugbetaald nadat [appellant] gelden heeft ontvangen uit de erfrechtelijke procedure. Het hof weegt hierbij mee dat [appellant] niet heeft uitgelegd waarom dit dan niet in de overeenkomst zou zijn opgenomen. Evenmin heeft hij uitgelegd wat partijen hebben afgesproken wat er zou gebeuren in het onverhoopte geval dat [appellant] geen gelden zou ontvangen op grond van de erfrechtelijke procedure of waarom partijen daarover eventueel geen afspraken hebben gemaakt. Voor zover partijen omtrent een en ander wel (nadere) afspraken hebben gemaakt, heeft [appellant] van dergelijke afspraken geen bewijs aangeboden, zodat het hof aan die op geen enkele wijze onderbouwde stelling voorbij gaat.