ECLI:NL:GHSHE:2016:2460
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
Appellante is bij vonnis van 6 februari 2015 toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder verzocht tussentijdse beëindiging omdat appellante haar verplichtingen niet naar behoren nakwam en nieuwe schulden liet ontstaan. De rechtbank beëindigde de regeling op 24 november 2015 en appellante ging hiertegen in hoger beroep.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel aan haar informatieplicht had voldaan en dat eventuele tekortkomingen gering van betekenis waren. Zij erkende een verschoonbare termijnoverschrijding en stelde dat zij voldoende had gesolliciteerd. De bewindvoerder stelde echter dat essentiële documenten ontbraken, er sprake was van boedelachterstand en onvoldoende sollicitatie-inspanningen.
Het hof oordeelde dat appellante ernstig verwijtbaar niet aan haar sollicitatieplicht had voldaan en dat nieuwe schulden waren ontstaan. Appellante kon dit niet weerleggen met bewijs. De medische situatie van haar vader bood onvoldoende grond voor haar tekortkomingen. Gezien de ernst en het aantal tekortkomingen, het ontbreken van verbetering en schriftelijke onderbouwing, was verlenging van de regeling niet gerechtvaardigd.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door appellante.