Uitspraak
5.De beschikking d.d. 9 juli 2015
6.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
7.De verdere beoordeling
8.De beslissing
,voor wat betreft de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak betreffende de contactregeling tussen een vader en zijn kinderen heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 2 juni 2016 uitspraak gedaan. Het hof bevestigde de eerder door de rechtbank vastgestelde zorgregeling en wees het verzoek van de moeder af om een eindbeschikking te geven waarbij het contact tussen de vader en de kinderen wordt stopgezet.
De procedure kende een deskundigenonderzoek, dat niet kon worden voortgezet omdat de vader niet meewerkte. De moeder stelde dat het beter was voor de kinderen dat er geen contact meer was, terwijl de vader zich niet kon verenigen met het ontbreken van contact, maar zich op dit moment neerlegde bij het oordeel van het hof.
Het hof oordeelde dat het verzoek van de moeder om een contactverbod een zelfstandig en verstrekkend verzoek was dat in dit stadium van de procedure niet toelaatbaar was. Het hof stelde vast dat de bestaande regeling in het ouderschapsplan niet in strijd is met het belang van de kinderen en benadrukte de verplichting van beide ouders om de banden tussen vader en kinderen te bevorderen.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank Oost-Brabant werd bekrachtigd voor zover het de zorg- en opvoedingstaken betreft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestaande zorgregeling en wijst het verzoek af om het contact tussen vader en kinderen te beëindigen.