ECLI:NL:GHSHE:2016:1782
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
In deze civiele zaak hebben appellanten verzocht om vernietiging van het vonnis van de rechtbank en alsnog toepassing van de schuldsaneringsregeling op hen te verklaren. De rechtbank had hun verzoeken afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro, omdat niet was aangetoond dat zij te goeder trouw waren geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld en de feiten en stukken bestudeerd, waaronder de schuldenlast, bestaande uit belastingschulden, een schuld aan het zorgkantoor, een schuld aan de gemeente en een schuld aan het CJIB. Appellanten voerden aan dat de schulden voortkwamen uit wisselende inkomsten, onduidelijkheid over toeslagen en het niet bewust laten doorlopen van toeslagen.
Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij te goeder trouw waren geweest. Zo was niet aangetoond dat zij tijdig wijzigingen in hun financiële situatie hadden doorgegeven aan de belastingdienst en het zorgkantoor, en hadden zij nagelaten vooraf toestemming te vragen voor de zorginstelling van hun zoon. Ook was niet gebleken dat zij de mededelingsplicht aan de gemeente hadden nageleefd.
Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van bijzondere verzachtende omstandigheden, heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens gebrek aan goede trouw.