Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met vier producties;
6.De beoordeling
- Het huwelijk van partijen is op 3 maart 2011 ontbonden door echtscheiding.
- Vóór de echtscheiding, op 8 november 2010, hebben partijen met elkaar een “overeenkomst inzake scheiding” gesloten waarin zij de gevolgen van de echtscheiding voor hen bindend hebben geregeld.
- Partijen waren gezamenlijk eigenaar van het registergoed aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , gemeente Sittard-Geleen, hierna “de woning”.
- In de overeenkomst inzake scheiding hebben zij met betrekking tot de woning het volgende afgesproken:
- De woning was belast met een hypotheek van € 300.000,-.
- Op 11 april 2013 is ten behoeve van de man een tweede hypotheek op de woning gevestigd ten bedrage van € 54.000,-.
- De man was vanaf januari 2011 alleen woonachtig in de woning.
- Partijen verschilden van mening over de te hanteren vraagprijs.
- Tijdens de eerste zitting bij de voorzieningenrechter op 26 maart 2014 (zie het vonnis van de voorzieningenrechter van 3 juli 2014, productie 2 bij productie 1 bij de memorie van antwoord) heeft de man toegezegd dat hij na verkoop van de woning zal meewerken aan levering daarvan. Partijen hebben toen de volgende afspraken met elkaar gemaakt:
de vrouw zal aan de man drie namen van makelaars doen toekomen die bekend zijn in de regio waar de woning is gelegen en met het marktsegment waar de woning in valt. De man zal hier vervolgens één makelaar uit kiezen. Deze makelaar zal partijen binnen een maand na de hiervoor bedoelde maand, bindend adviseren over de vraagprijs van de woning en de verkoop van de woning ter hand nemen tegen de bindend geadviseerde vraagprijs. Over de laatprijs zal hij binnen bedoelde periode aan partijen een advies uitbrengen;
bij bezichtigingen van de woning door gegadigden zullen partijen desgewenst aanwezig kunnen zijn;
partijen zullen meewerken aan door de makelaar te geven adviezen ter bevordering van de verkoop van de woning;
wanneer de makelaar het aangewezen acht om met partijen te spreken over (bij) de woning horende kwesties, zal hierover in de woning een gesprek kunnen plaatsvinden tussen partijen en de makelaar, na een daartoe gemaakte afspraak.
- In het vonnis van 3 juli 2014 heeft de voorzieningenrechter de man veroordeeld om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan de verkoop (via [makelaardij] Makelaardij) van de woning, op verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat de man deze veroordeling niet naleeft, met een maximum van € 20.000,-. Voorts is de man veroordeeld om de vrouw, indien zij dat wenst, bij bezichtigingen van de woning door gegadigden aanwezig te laten zijn, op verbeurte van een dwangsom van € 200,- per keer dat de man deze veroordeling niet naleeft, met een maximum van € 10.000,-. De voorzieningenrechter heeft de proceskosten gecompenseerd.
- Op 1 juli 2014 heeft [makelaardij] Makelaardij geadviseerd de vraagprijs te stellen op € 345.000,- en – naar het hof begrijpt – de laatprijs op € 325.000,-/€ 330.000,- k.k. (productie 10 bij de in eerste aanleg overgelegde brief d.d. 1 december 2014).
- De man heeft [taxateur] Taxaties opdracht gegeven de woning te taxeren in verband met het verkrijgen van een financiering. Deze heeft de waarde van de woning per 4 juli 2014 getaxeerd op € 450.000,- (productie 9 bij de in eerste aanleg overgelegde brief d.d. 1 december 2014).
- In het arrest van heden heeft het hof voormeld vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
- De woning is op 17 maart 2015 verkocht (productie 8 bij de als productie 6 bij productie 1 bij de memorie van antwoord overgelegde conclusie van antwoord in een door de man tegen de vrouw aanhangig gemaakte procedure).
- In het vonnis van 1 juni 2015 heeft de voorzieningenrechter de man geboden de woning te verlaten en te ontruimen, alsmede verlaten en ontruimd te houden. Voorts heeft hij de vrouw gemachtigd, bij nalatigheid of weigerachtigheid van de man, de woning op kosten van de man te doen ontruimen door inschakeling van de deurwaarder en de sterke arm van politie en justitie.
- De man heeft zijn medewerking verleend aan de verkoop en levering van de woning.
dat onder die veroordeling vallen ook de handelingen die de man dient te verrichten ter uitvoering van de ter zitting van 26 maart 2014 gemaakte afspraken onder b).
onder dwang getekend maar ik accepteer de vraagprijs niet als verkoopprijs”
“prijs op aanvraag”. Het hof verwijst in dit verband naar de mail van de makelaar d.d. 25 juli 2014, overgelegd bij eerdergenoemde brief als productie 14. Op 10 november 2014 laat de makelaar de man weten dat de bezoekersresultaten via Funda tegenvallen. Hij stelt voor om, teneinde de voortgang erin te houden, de vraagprijs aan te passen naar € 345.000,- zoals ook in het begin voorgesteld (productie 12 bij de hiervoor genoemde brief). De man heeft dat (bindend) advies niet opgevolgd.