Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2304261/CV EXPL 13-11464)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens houdende vermeerdering van eis, met een productie;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- [appellant] is eigenaar van de onroerende zaak gelegen te [vestigingsplaats 1] aan de [adres 1] , bestaande uit een showroom, kantoorruimte, werkplaats en kantine (hierna: de bedrijfsruimte). De bedrijfsruimte heeft een totaaloppervlakte van 249 m2.
- [appellant] heeft de heer [makelaar] (hierna: [makelaar] ), verbonden aan [Makelaars] Makelaars en Taxateurs te [vestigingsplaats 2] , opdracht gegeven een huurder te zoeken voor de bedrijfsruimte.
- [makelaar] is in contact gekomen met DierenDokters Holding B.V. (hierna: DierenDokters) te [vestigingsplaats 3] . Namens DierenDokters heeft mr. [gemachtigde] (hierna: [gemachtigde] ) onderhandelingen gevoerd met [makelaar] ten behoeve van [geïntimeerde] die lid is van DierenDokters.
- Na onderhandelingen heeft [makelaar] op 23 augustus 2011 een concepthuurovereenkomst aan DierenDokters gezonden ter zake de huur door [geïntimeerde] van een deel van de bedrijfsruimte. In artikel 3 van Pro deze concepthuurovereenkomst wordt uitgegaan van een eerste huurperiode van 5 jaar, voort te zetten met een tweede huurperiode van 5 jaar en daarna met aansluitende perioden van telkens twee jaar. In het concept is geen ingangsdatum ingevuld.
- Bij e-mail van 12 september 2011 heeft [gemachtigde] het volgende aan [makelaar] medegedeeld:
- Van de zijde van [appellant] is daarop aan [gemachtigde] kenbaar gemaakt dat [appellant] niet bereid was om een huurovereenkomst te ondertekenen met daarin een ontbindende voorwaarde.
- Bij e-mail van 28 maart 2012 heeft [makelaar] aan [gemachtigde] het volgende geschreven:
- Bij e-mail van 2 april 2012 heeft [gemachtigde] aan [makelaar] gevraagd of het mogelijk zou zijn alleen de begane grond van de bedrijfsruimte te huren. [appellant] is hiermee niet akkoord gegaan.
- Bij e-mail van 25 april 2012 heeft [makelaar] [gemachtigde] een concept huurovereenkomst toegezonden die vrijwel geheel gelijkluidend is aan de op 23 augustus 2011 toegezonden huurovereenkomst. Ook in dit concept wordt uitgegaan van een huurperiode van, kort gezegd, 5+5 jaar. In dit concept is als ingangsdatum 1 mei 2012, als einddatum van de eerste huurperiode 30 april 2017 en als einddatum van de tweede huurperiode 30 april 2022 genoemd. Voorts zijn op enkele andere plaatsen in dit concept data of gegevens ingevuld die aansluiten bij een start van de huurperiode op 1 mei 2012.
- Bij e-mail van 26 april 2012 heeft [gemachtigde] het volgende aan [makelaar] bericht:
- Op enig moment in mei 2012, de exacte datum staat tussen partijen niet vast, heeft [makelaar] aan [gemachtigde] de huurovereenkomst gezonden zoals [geïntimeerde] die volgens [makelaar] diende te ondertekenen. In deze huurovereenkomst wordt uitgegaan van een huurperiode van, kort gezegd, 5+5 jaar. In dit concept is als ingangsdatum 1 juni 2012, als einddatum van de eerste huurperiode 30 mei 2017 en als einddatum van de tweede huurperiode 30 mei 2022 genoemd.
- Bij e-mail van 22 mei 2012 heeft [makelaar] aan [gemachtigde] het volgende meegedeeld:
- Op 25 mei 2012 heeft [gemachtigde] namens [geïntimeerde] overeenstemming bereikt met de eigenaar van een bedrijfsruimte aan de [adres 3] in [vestigingsplaats 1] over huur van die bedrijfsruimte door [geïntimeerde] met ingang van 1 januari 2013.
- Bij onder meer per fax verzonden brief van 1 juni 2012 heeft de broer van [appellant] , mr. [broer appellant] , aan [geïntimeerde] onder meer het navolgende meegedeeld:
door de makelaar is doorgemaild aan uw gemachtigde, de heer [gemachtigde] .
- € 34.272,-- aan huur over de periode van 1 juni 2012 tot 1 juni 2013;
- € 47.090,89 aan schadevergoeding;
- De partijen hebben in september 2011 weliswaar een (deel)akkoord bereikt over de looptijd van een tussen hen te sluiten huurovereenkomst, te weten 10 plus 5 jaar, maar het is toen niet tot ondertekening van een huurovereenkomst gekomen. Het stond [appellant] in die periode nog vrij om het pand aan een ander te verhuren (rov. 3.2.1).
- Het eventueel ondertekenen van een huurovereenkomst kwam weer aan de orde nadat [gemachtigde] op 29 maart 2012 aan [makelaar] had meegedeeld dat [geïntimeerde] de beschikking had verkregen over de noodzakelijke ontheffing van het bestemmingsplan (rov. 3.2.1).
- Omdat [appellant] zich beroept op de rechtgevolgen van zijn stelling dat tussen partijen een huurovereenkomst tot stand gekomen is, draagt hij de bewijslast van die stelling (rov. 3.2.5).
- Voor de stelling van [appellant] dat tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is gekomen, zijn enige aanknopingspunten te vinden in het dossier. Voor de stelling van [geïntimeerde] dat geen huurovereenkomst tot stand is gekomen, zijn echter ook aanknopingspunten te vinden in het dossier (rov. 3.2.4).
- [appellant] moet dus bewijs leveren van zijn stelling dat voorafgaand aan de mededeling van [geïntimeerde] dat zij afzag van het sluiten van de huurovereenkomst, al overeenstemming was bereikt tussen de partijen over de essentialia van de te sluiten huurovereenkomst (met name over de looptijd).
- € 34.722,-- aan huur over de periode van 1 juni 2012 tot 1 juni 2013;
- € 71.138,-- aan schadevergoeding;
- als vaststaand had moeten aannemen omdat zij door [geïntimeerde] onvoldoende gemotiveerd weersproken was, althans:
- voorshands bewezen had moeten achten, waarna de kantonrechter [geïntimeerde] had moeten opdragen om tegenbewijs te leveren.
- Op enig moment in mei 2012 heeft [makelaar] aan [gemachtigde] de huurovereenkomst gezonden zoals [geïntimeerde] die volgens [makelaar] diende te ondertekenen. In deze huurovereenkomst was de ingangsdatum verschoven van 1 mei 2012 naar 1 juni 2012 en werd nog steeds uitgegaan van een huurperiode van, kort gezegd, 5 + 5 jaar, hetgeen zoals gezegd niet overeenstemde met de wensen van [geïntimeerde] en met de huurperiode die in september 2011 tussen partijen was besproken.
- Bij e-mail van 25 mei 2012, 16:58 uur, heeft [gemachtigde] het standpunt ingenomen dat er nog geen huurovereenkomst tot stand gekomen is (en dat [geïntimeerde] van het aangaan van een huurovereenkomst afziet). [gemachtigde] heeft dat standpunt herhaald in zijn e-mails van 1 juni 2012 en 14 juni 2012
- Mr. [broer appellant] heeft bij e-mail van 21 juni 2012 aan [gemachtigde] onder meer het volgende meegedeeld: