Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in de procedure tot herroeping
- de dagvaarding tot herroeping met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek met producties;
- de conclusie van dupliek;
- de akte van [appellant] van 10 maart 2015;
- de antwoordakte van Philips van 7 april 2015.
2.De beoordeling
- Het hof heeft onder zaaknummer HD 103.005.546/01 op 28 oktober 2008 arrest gewezen in het door [appellant] ingestelde principaal appel tegen het vonnis van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 15 augustus 2007 tussen [appellant] als eiser en Philips als gedaagde. Het hof heeft, kort gezegd, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten.
- Bij arrest van 10 september 2010 heeft de Hoge Raad het door [appellant] tegen het arrest van het hof van 28 oktober 2008 ingestelde cassatieberoep verworpen.
- Mevrouw [echtgenote van appellant] , de echtgenote van [appellant] , heeft bij dagvaarding van 3 januari 2013 [appellant] en Philips gedagvaard en zich verzet tegen het arrest van het hof van 28 oktober 2008.
- Bij arrest van 4 maart 2014 heeft het hof mevrouw [echtgenote van appellant] niet ontvankelijk verklaard in haar derdenverzet.