Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en voorzien van één productie, ingekomen ter griffie op 18 december 2015;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 9 september 2015, ingekomen ter griffie op 6 januari 2016;
- het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep met producties, ingekomen ter griffie op 26 februari 2016;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 9 maart 2016;
- de ter zitting door mr. Boersma en mr. Rosens overgelegde pleitaantekeningen;
- het faxbericht van mr. Boersma d.d. 4 april 2016 dat partijen - daartoe door het hof in de gelegenheid gesteld - niet tot een minnelijke regeling zijn gekomen.
3.De beoordeling
- primair aan hem een billijke vergoeding, subsidiair een vergoeding op grond van art. 7:611 BW Pro toe te kennen van € 47.904,00 bruto, althans een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag;
- [notariskantoor] te veroordelen in de kosten van beide instanties,
- [appellant] te veroordelen om binnen zeven dagen na de ten dezen te wijzen beschikking het bedrag van de betaalde transitievergoeding ad € 50.233,00 te voldoen aan [notariskantoor] ;
- [appellant] te veroordelen in de kosten van beide instanties,