Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 3273929/CV EXPL 14-8736)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties en eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij beide partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
Inkomensterugval
f.) waarmee Alimak rekening had moeten houden en aan de aanzienlijke inkomensterugval van [appellant] (zie
g.), op grond waarvan de voorziening(en) in het Sociaal Plan als niet toereikend voor [appellant] beoordeeld worden (zie
h.).
Kamerstukken II1951/52, 881, nr. 6, p. 30) te verschaffen die in overeenstemming is met de aard en de ernst van de tekortkoming van de wederpartij. Daarmee strookt dat de rechter een grote mate van vrijheid heeft op grond van alle omstandigheden de hoogte van de schadevergoeding te bepalen. De algemene regels van Boek 6 BW zijn op de begroting van de schadevergoeding van toepassing. Derhalve moet de rechter de schade begroten op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is (artikel 7:97 BW Pro). Alleen indien de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, wordt zij geschat.
f. Gecombineerd met de relatief grote inkomensterugval van [appellant] en het uitgangspunt van een (destijds) te verwachten werkloosheid van minimaal een jaar (zie bij
d.) is het hof van oordeel dat aan [appellant] een schadevergoeding van € 25.000,-- bruto, bovenop de reeds op grond van het Sociaal Plan betaalde vergoeding, moet worden toegekend.