Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardering van aandelen in een vastgoed-BV centraal, die onderdeel uitmaken van een nalatenschap waarop successierecht is geheven. Belanghebbende betwistte de door de Inspecteur gehanteerde waardering en stelde dat de waarde lager moest zijn, onderbouwd met een liquidatiewaarde en een going-concernwaarde.
Het Hof overweegt dat de waarde van de aandelen moet worden bepaald naar de waarde in het economische verkeer, waarbij de waarde van de onroerende zaken in verhuurde staat leidend is. De door belanghebbende voorgestelde lagere waarderingen worden verworpen omdat er geen aanwijzingen zijn voor een gedwongen verkoop en de gehanteerde risico-opslag in het going-concernrapport te hoog is.
Het Hof bevestigt de intrinsieke waarde van de aandelen zoals door de Inspecteur gehanteerd, gebaseerd op de taxaties van de onroerende zaken en gecorrigeerd voor latente belastingen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waardering van de aandelen bevestigd op basis van de intrinsieke waarde.