Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
De behandeling van het verzet
De gronden
17 februari 2015 is verzonden en dat het hoger beroepschrift, gedagtekend (donderdag)
2 april 2015, op 3 april 2015 bij de griffie van de Rechtbank en, nadat het door de griffie van de Rechtbank is doorgezonden, op 7 april 2015 bij de griffie van het Hof is binnengekomen.
7 april 2015 bij de griffie van het Hof. De aangetekende brief, waarin het hoger beroepschrift is verzonden is, volgens de gegevens van PostNL op de enveloppe, aangeboden op 2 april 2015 om 11:06 uur, derhalve twee dagen nadat de termijn voor het instellen van het hoger beroep was verlopen. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend.
Anders dan belanghebbende ziet het Hof in de aangevoerde gronden geen reden voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Het Hof is ook overigens, mede gelet op de inhoud van het hoger beroepschrift, niet van een grond voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding gebleken. Derhalve is het Hof van oordeel dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Awb, die in de weg zou staan aan niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.