Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[holding b.v.] Holding B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/277238 HA ZA 14-120)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met één productie;
- de memorie van grieven met één productie;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
2. Verklaring voor recht dat [ [geïntimeerde] ] in strijd met artikel 10 van Pro de beëindigingsovereenkomst hebben gehandeld en ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade en kosten van [ [appellante] ], die [ [appellante] ] lijdt en nog zal lijden onder andere gederfde inkomsten in verband met voornoemde een en ander nader op te maken bij staat voor de periode tot 24 september 2014 waarbij de vorderingen niet zijn de dwangsommen;
3. Voorwaardelijk verzoek verklaring voor recht dat [ [geïntimeerde] ] in strijd met artikel 10 van Pro de beëindigingsovereenkomst hebben gehandeld en ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade en kosten van [appellante] , die [appellante] lijdt en nog zal lijden onder andere gederfde inkomsten in verband met een en ander nader op te maken bij staat voor de periode na 24 september 2014 waarbij de vorderingen niet zijn de dwangsommen;
4. veroordeling van [ [geïntimeerde] ] in de kosten van beide instanties.”.
niet elkaars cliënten zal benaderen (…)”.