Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door mr. Gloudemans;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Matze.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin partneralimentatie aan de vrouw was toegekend. Partijen waren sinds 1986 gehuwd en de rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de man verplicht tot betaling van een maandelijkse bijdrage voor levensonderhoud van de vrouw.
De man betwistte de behoefte van de vrouw aan deze alimentatie en stelde dat zij in staat was zelfstandig in haar levensonderhoud te voorzien. Het hof stelde vast dat het netto besteedbaar gezinsinkomen € 3.527,- bedroeg en dat de kosten van de kinderen in mindering moesten worden gebracht. De huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw werd berekend op € 1.486,- per maand.
De vrouw werkte 18 uur per week bij een zorginstelling en 4 uur per week als schoonmaakster, terwijl zij ook een kapsalon in de woning had. Het hof oordeelde dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij geen inkomsten had of kon genereren en dat zij niet alles in het werk had gesteld om in haar levensonderhoud te voorzien.
Daarom wees het hof het verzoek tot partneralimentatie af, onder de veronderstelling dat de man tot verkoop van de woning de woonlasten blijft dragen. De echtscheiding en overige verzoeken van de man werden bekrachtigd. De beschikking van de rechtbank werd gedeeltelijk vernietigd en opnieuw beslist.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot partneralimentatie af en vernietigt de eerdere beschikking voor zover partneralimentatie is vastgesteld.