Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door mr. Maat-Oldenhof,
- de vrouw, bijgestaan door mr. De Dobbelaere-Woets.
3.De beoordeling
.
€ 253,-
€ 216,-
€ 45,-
€ 207,-
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin zijn bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kinderen was vastgesteld. De rechtbank had een bedrag van € 286,50 per kind per maand bepaald, met ingang van 7 mei 2014.
In hoger beroep betwist de man de behoefte van de kinderen, de draagkracht van de vrouw en zijn eigen draagkracht. Het hof stelt vast dat de totale behoefte van de kinderen € 854,- per maand bedraagt, verminderd met het kindgebonden budget dat de vrouw ontvangt. De draagkracht van beide ouders wordt berekend volgens de richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen, waarbij het netto besteedbaar inkomen en fiscale voordelen worden meegewogen.
Het hof komt tot een lagere bijdrage van de man dan de rechtbank had vastgesteld, onder meer door toepassing van een zorgkorting omdat de man gemiddeld een dag per week zorg draagt voor de kinderen. Tevens oordeelt het hof dat de vrouw niet verplicht is teveel ontvangen alimentatie terug te betalen, omdat zij aannemelijk heeft gemaakt dat de bedragen conform de behoefte zijn besteed en zij onvoldoende middelen heeft voor terugbetaling.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze de alimentatiebijdrage betreft en het hof stelt nieuwe bedragen vast die met ingang van 7 mei 2014 gelden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof stelt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen lager vast dan de rechtbank en wijst terugbetaling van teveel betaalde alimentatie door de vrouw af.