Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van een vader tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die hem het omgangsrecht met zijn kinderen ontzegde. De vader verzocht om een omgangsregeling waarbij hij om de veertien dagen contact zou hebben met zijn kinderen, terwijl de moeder geen verweerschrift indiende.
Tijdens de mondelinge behandeling werd ook de mening van de minderjarige [kind 1] gehoord. Het hof nam kennis van eerdere processtukken en rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming. Uit de feiten bleek dat de vader en moeder een affectieve relatie hadden gehad en gezamenlijk het gezag over [kind 1] uitoefenden, terwijl de moeder het gezag over [kind 2] had. De kinderen woonden bij de moeder.
De rechtbank had in eerdere uitspraken het contact tussen vader en kinderen beperkt of verboden vanwege omstandigheden die in het dossier zijn vermeld. Het hof overwoog dat een precieze omgangsregeling niet wenselijk was, maar stelde een beperkte contactregeling vast. De vader mag de kinderen bezoeken, hun voetbaltrainingen bijwonen, contact via social media onderhouden en ontvangt driemaandelijks informatie over de kinderen van de moeder. Partijen spraken af geen ruzie in het bijzijn van de kinderen te maken.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wijzigde de omgangsregeling overeenkomstig deze afspraken, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders verzochte af.