ECLI:NL:GHSHE:2015:834

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
10 maart 2015
Publicatiedatum
11 maart 2015
Zaaknummer
HD 200 141 891_01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep kort geding over aanstelling nieuwe advocaat en pleitnota

In deze zaak gaat het om een hoger beroep in een kort geding tussen een vrouw en een man, waarbij de vrouw als appellant optreedt. De vrouw had zich onttrokken aan haar advocaat, waarna ook de tweede advocaat zich vlak voor het pleidooi terugtrok. Tijdens het pleidooi was de vrouw niet aanwezig en had zij geen advocaat.

Het hof constateerde dat de vrouw niet de kans had gekregen een nieuwe advocaat te benoemen en een schriftelijke pleitnota in te dienen. Het hof besloot daarom het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen door de vrouw alsnog die mogelijkheid te bieden. De vrouw mag een pleitnota van maximaal 12 pagina's indienen, waarop de man vervolgens mag reageren.

De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 7 april 2015, waarna verdere beslissing volgt. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2015.

Uitkomst: De vrouw krijgt de gelegenheid een nieuwe advocaat te benoemen en een schriftelijke pleitnota in te dienen, waarna de man mag reageren; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.141.891/01
arrest van 10 maart 2015
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna aan te duiden als de vrouw,
advocaat: mr. R. van Herwaarden (onttrokken), voorheen mrs. T.R. Dicke en N.V.T. Cremers,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als de man,
advocaat: mr. N.H.J. van der Pluijm te Panningen,
op het bij exploot van dagvaarding van 24 januari 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 30 december 2013, gewezen tussen de vrouw als eiseres en de man als gedaagde.

1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/04/125980 / KG ZA 13-233)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 24 oktober 2013.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens houdende incidentele vordering met producties;
- de memorie van antwoord in incident en principaal appel, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie / voorwaardelijke eis in incidenteel beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel;
- het H12-formulier, ingekomen ter griffie op 17 november 2014, met daarbij de producties 27 tot en met 30H van de zijde van de man;
- het op 3 december 2014 gehouden pleidooi, waarbij de advocaat van de man pleitnotities heeft overgelegd.
De advocaat van de vrouw heeft zich voor het pleidooi onttrokken. De vrouw is, met bericht van verhindering op de dag van het pleidooi, niet ten pleidooie, verschenen. De heer [zoon van appellante], de zoon van de vrouw, was als toehoorder/ informant bij het pleidooi aanwezig.
De man heeft vervolgens arrest gevraagd.

3.De beoordeling

3.1.
Het hof overweegt het volgende.
Het hof heeft de advocaat van de man ter gelegenheid van het pleidooi meegedeeld dat op 12 januari 2015 arrest zou worden gewezen. Ten tijde van het pleidooi heeft het hof over het hoofd gezien dat aan de vrouw nog gelegenheid geboden had moeten worden een nieuwe advocaat in te schakelen teneinde deze in staat te stellen nog een schriftelijke pleitnota in het geding te brengen.
Gebleken is dat mr. Cremers zich voorafgaande aan het pleidooi als advocaat van de vrouw heeft onttrokken. Namens mr. Van Herwaarden is bij e-mail van 27 november 2014 uitstel gevraagd van het pleidooi, tegen welk uitstelverzoek de advocaat van de man bezwaar heeft gemaakt. Het verzoek om uitstel is op 1 december 2014 afgewezen. Mr. van Herwaarden heeft zich vervolgens bij e-mail van 2 december 2014 aan het hof, “voor zover nodig” onttrokken aan het dossier, met vermelding dat het indienen van een H-formulier niet mogelijk was omdat het dossier nog niet vermeld stond op de digitale rol van het kantoor van mr. van Herwaarden. Uit het roljournaal is thans gebleken dat mr. van Herwaarden zich op 3 december 2014 heeft gesteld en onttrokken als advocaat.
Nu noch de vrouw, noch een advocaat namens de vrouw ter gelegenheid van het pleidooi aanwezig waren, dient het hof, toepassing gevend aan het beginsel van hoor en wederhoor, de vrouw in de gelegenheid te stellen alsnog een nieuwe advocaat te stellen en een schriftelijke pleitnota van maximaal 12 bladzijden in het geding te brengen waarbij tevens kan worden gereageerd op de pleitnota van de zijde van de man.
De man wordt in de gelegenheid gesteld bij akte te reageren op de pleitnota van de zijde van de vrouw.
3.2.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof,
verwijst de zaak naar de rol van 7 april 2015 voor het:
  • stellen van een nieuwe advocaat door de vrouw;
  • het in het geding brengen van een pleitnota van maximaal 12 bladzijden door de vrouw;
waarna de man bij akte mag reageren;
houdt iedere verdere beslissing aan;
Dit arrest is gewezen door mrs. W.Th.M. Raab, M.J. van Laarhoven en J.U.M. van der Werff en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 maart 2015.
griffier rosheerlraad