Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een minderjarige zoon. Na echtscheiding werd de man verplicht een maandelijkse kinderbijdrage te betalen. De rechtbank stelde deze bijdrage in 2013 op nihil wegens inkomensvermindering van de man. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof constateerde dat de man zijn onderneming moest staken door het faillissement van zijn grootste opdrachtgever en dat hij sindsdien een laag inkomen heeft, onder het bijstandsniveau. De vrouw voerde aan dat de man een nieuwe onderneming was gestart en draagkracht zou hebben, maar het hof vond dat de man dit onvoldoende had aangetoond.
Het hof oordeelde dat de inkomensvermindering niet verwijtbaar was en dat de man geen draagkracht had voor alimentatie in de periode tot 1 januari 2015. Vanaf die datum is een bijdrage van €50 per maand overeengekomen vanwege een verwachte stijging in inkomsten. De beschikking van de rechtbank werd deels vernietigd en deels bekrachtigd.