Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 900832/ rolnummer 141 4532/13)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, houdende 9 grieven (en tevens een wijziging van eis);
- de ambtshalve verleende akte niet-dienen van de memorie van antwoord;
- het op verzoek van [geïntimeerde] op 23 januari 2015 gehouden pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd.
3.De beoordeling
bestemmenals standplaats met civielrechtelijke gevolgen als huurbescherming. Dat bestemmen had de gemeente kunnen doen door, na de verleende ontheffing, het bestemmingsplan aan te passen of een bouwvergunning (aan [appellante] of [geïntimeerde] ten behoeve van de inrichting als standplaats) te verlenen (in beide gevallen kan de verhuurder bezwaar maken). Dat is niet gebeurd. De oorspronkelijke bestemming is derhalve ongewijzigd gebleven. Het hof wijst er daarbij op dat de huidige maatstaf (bestemmen) niet die uit 1996 is toen de beslissing door de Raad van State werd genomen. Om civielrechtelijk als standplaats aangemerkt te worden diende toentertijd aan de eisen uit artikel 7A:1623 a BW, zoals hiervoor geciteerd in rov. 3.7, te zijn voldaan. Daarvan is geen sprake.