Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.Maatschap [appellanten],
[appellante 1],
[appellant 2],
[appellante 3],
1.N.V. Zeeland Seaports,
Bureau Beheer Landbouwgronden,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer: C/12/82966/HA ZA 12-66)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
Zolang de gronden niet voor natuurcompensatie gebruikt worden, kan [erflater] deze om niet gebruiken. Zeeland Seaports zal medewerking verlenen voor een grondgebruikersverklaring van de grond die [erflater] inlevert. Partijen zullen jaarlijks in november in overleg treden om de mogelijkheid van dit gebruik te beoordelen gelet op de planning van de inrichting van het natuurgebied.”.
- Appellanten sub 2, 3 en 4 zijn de erfgenamen van [erflater]. Diens aandeel in de maatschap, appellante sub 1, is overgenomen door appellanten sub 3 en 4.
- In de loop van 2010 is de realisering van de WCT op losse schroeven komen te staan. Begin 2014 heeft de provincie Zeeland bevestigd dat het project in de ijskast staat.
primairhet opnieuw in gebruik geven van de gronden aan [appellanten] op verbeurte van een dwangsom en
subsidiairbetaling van een bedrag van € 11.500,= per jaar met ingang van 1 november 2012 tot aan de dag dat de gronden daadwerkelijk ingericht gaan worden als natuurcompensatiegebied voor de WCT, vermeerderd met rente. Daarnaast vorderen [appellanten] veroordeling van Zeeland Seaports c.s. tot betaling van € 12.075,= aan buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling van Zeeland Seaports c.s. in de proceskosten.
op dat momentbestaan van een reëel voornemen om op korte termijn met het aanleggen van het natuurcompensatiegebied te beginnen, in eerste instantie met de voorbereidingen daarvoor. De wijzigingen in de omstandigheden en in de vooruitzichten op de aanleg van de WCT die zich nadien hebben voorgedaan, zijn in dit verband niet bepalend voor het antwoord op de vraag of Zeeland Seaports c.s. met hun brief van 26 oktober 2004 jegens [erflater] onjuist hebben gehandeld.