Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Nassau Verzekering Maatschappij N.V.,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr./rolnr. C/01/241520 / HA ZA 12-38)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
op 29 oktober 2010 te [plaats] , een hoeveelheid gouden juwelen waaronder in elk geval vijf colliers, heeft verworven en voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die juwelen redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;
in de periode van 29 oktober 2010 tot en met 1 november 2010, te [plaats] , van voorwerpen, te weten een hoeveelheid gouden juwelen, de werkelijke aard en de herkomst, heeft verborgen en verhuld, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die voorwerpen -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren (zoals het hof “was” leest) uit het misdrijf, immers heeft hij, verdachte, die juwelen omgesmolten.