In deze zaak is in eerste aanleg de schuldsaneringsregeling van appellante beëindigd vanwege toerekenbare tekortkomingen, waaronder het niet volledig informeren over het inkomen van haar partner en het ontstaan van boedelachterstand en nieuwe schulden. Appellante is in hoger beroep gekomen tegen deze beslissing en heeft een plan gepresenteerd om de schulden binnen een verlengde termijn in te lopen.
Tijdens de behandeling in hoger beroep is gebleken dat appellante een saneringsgezinde houding heeft en dat de boedelachterstand mede door miscommunicatie is ontstaan. Haar partner heeft zich bereid verklaard financieel bij te dragen, ondanks onzekerheid over zijn WW-uitkering die in maart 2016 afloopt.
Het hof oordeelt dat de tekortkomingen niet zodanig zijn dat beëindiging gerechtvaardigd is en acht verlenging van de regeling tot de maximale termijn passend. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de schuldsaneringsregeling wordt verlengd tot 24 december 2017, met behoud van alle verplichtingen.