Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 12 juni 2015;
- het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 24 september 2015.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen. De kinderen verblijven sinds juni 2013 uit huis geplaatst bij hun grootmoeder, nadat de moeder vanwege psychische problemen niet in staat was hen zelf te verzorgen.
De moeder betwistte de noodzaak van de verlenging en stelde dat zij stabieler is geworden, therapie heeft gevolgd en medicatie gebruikt. Zij was bereid hulp te accepteren en het contact met de kinderen verliep goed. De gecertificeerde instelling (GI) stelde echter dat de moeder nog kwetsbaar is, recent opnieuw was opgenomen in een GGZ-instelling en onvoldoende openheid gaf over haar psychische toestand.
Het hof concludeerde dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de uithuisplaatsing waren vervuld. De psychische problematiek van de moeder en haar opname in de GGZ maakten dat zij de kinderen niet zelf kon verzorgen. De positieve ontwikkeling van de kinderen in het pleeggezin werd meegewogen. De beschikking van de rechtbank tot verlenging werd daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling van de kinderen tot 27 juni 2016.