De Woonstichting vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vanwege een langdurige en substantiële huurachterstand van meer dan drie maanden. [Appellanten] c.s. voerden verweer dat zij inmiddels hun betalingsgedrag verbeterd hadden en dat er rekening gehouden moest worden met het woonbelang van hun vier jonge kinderen.
De kantonrechter wees de vordering toe en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de herhaalde en langdurige huurachterstanden niet van geringe betekenis zijn en de Woonstichting daarom bevoegd is tot ontbinding. Ook het belang van de kinderen weegt niet zwaarder dan de tekortkoming in de nakoming van de huurverplichtingen.
Het hof wees het verzoek om een comparitie af omdat partijen voldoende gelegenheid hadden gehad hun standpunten schriftelijk toe te lichten. De grieven van appellanten werden verworpen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd. Appellanten werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.