Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de raad in haar verzoek beëindiging ouderlijk gezag van de moeder over de hierna nader te noemen minderjarige [minderjarige 1] , niet-ontvankelijk wordt verklaard, althans dat dit verzoek wordt afgewezen;
- indien het hof zich ter zake het verzoek van de raad tot beëindiging van het gezag van de moeder over [minderjarige 1] onvoldoende geïnformeerd acht, verzoekt de moeder, met een beroep op het bepaalde in artikel 810a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, het hof een nader deskundigenonderzoek te gelasten en te bepalen dat in het kader van dat (nader) deskundigenonderzoek de in sub 62 van het beroepschrift uitgewerkte vragen worden beantwoord.
3.De beoordeling
Uit het huwelijk van de moeder en de vader is voorts [minderjarige 3] geboren op [geboortedatum] 2007.
a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of;