Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
1.[Bouwbedrijf] Bouwbedrijf V.O.F.,
2. [geïntimeerde 1] ,
3. [geïntimeerde 2] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 202774/HA ZA 09-2672)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
- de lokaal hogere funderingsdrukken die zijn ontstaan door de verbouwing in 1975;
- de mogelijk meer zettingsgevoelige grond onder de bijkeuken;
- de grondwaterstandsverlaging die is toegepast bij de verbouwing bij Sported.
- de lokaal hogere funderingsdrukken die zijn ontstaan door de verbouwing in 1975;
- de mogelijk meer zettingsgevoelige grond onder de bijkeuken;
- een andere medeoorzaak, waarbij gedacht kan worden aan een defect aan de afvoerleiding onder de woning van [appellant] .
- i) Dat voor grondkerende constructies (bestek, punt 13.3) van de op dat moment voorziene kelder een voorstel van Krings Internationale Benelux bv voorlag, waarin damwanden werden geadviseerd.
- ii) Dat
- iii) Dat in afwijking van het voorstel Krings [Bouwbedrijf] in de open begroting een Berliner wand had geoffreerd, maar dat uiteindelijk in overleg met onder meer [Adviesburo] een houten keerwand met groutankers is uitgevoerd, wat wellicht een kostenbesparing opleverde.
- i) of het aanzetten van de bronbemaling op 6 september 2005 terwijl [Bouwbedrijf] stelt dat dat beter op 2 oktober 2005 had kunnen gebeuren, vier dagen vóór de aanvang, op 6 oktober 2005, van de graafwerkzaamheden;
- ii) of het tijdstip waarop de bronbemaling is beëindigd (op 21 oktober 2005, op 18 november 2005 of op enig ander tijdstip);
conditio sine qua nonverband tussen de grondwaterstandsverlaging op het perceel van Sported en de zettingsschade aan de woning van [appellant] een gegeven is. Naar het oordeel van het hof biedt het deskundigenbericht voor deze aanname evenwel geen grondslag. Uit het antwoord op vraag 1 blijkt het volgende. Bij de twee combinaties van factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van de schade aan de woning wordt één factor zonder voorbehoud vermeld, te weten de lokaal hogere funderingsdrukken die zijn ontstaan door de verbouwing in 1975. De tweede factor wordt met enige terughoudendheid vermeld, namelijk de
mogelijkmeer zettingsgevoelige grond onder de bijkeuken, terwijl als derde factor, die in de twee combinaties de onderscheidende factor is, wordt vermeld ofwel de verlaging van de grondwaterstand die is toegepast bij de verbouwing bij Sported ofwel een andere medeoorzaak, waarbij gedacht kan worden aan een defect aan de afvoerleiding onder de woning van [appellant] . De beperkte relevantie van die werkzaamheden voor het veroorzaken van de schade aan de woning wordt geïllustreerd door de aanduiding daarvan als ‘druppel die de emmer deed overlopen’ bij een van de twee nevenschikkend aan elkaar gepresenteerde scenario’s. Bij deze stand van zaken kan niet worden gezegd dat uit het deskundigenbericht blijkt dat de schade aan de woning van [appellant] zijn oorzaak vindt in de werkzaamheden op het perceel van Sported. Door het antwoord op vraag 2, waar dit ingaat op de vergelijking met andere panden in de buurt, wordt dit verder bevestigd. Bij de beantwoording van vraag 6 komt dit aspect opnieuw expliciet aan de orde in de opmerking dat de schade zeer waarschijnlijk niet zou zijn ontstaan indien de verbouwing in 1975 niet of anders zou zijn uitgevoerd en/of indien er geen sprake was van meer zettingsgevoelige grond onder (een deel van) de woning van [appellant] , met name onder en nabij de bijkeuken. Het antwoord op vraag 3 impliceert ten slotte dat de bemaling zelf op technisch correcte wijze is uitgevoerd.