Uitspraak
5.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/01/268822/HA ZA 13-696)
6.Het geding in hoger beroep
7.De beoordeling
) te vorderen mocht hebben, uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, dan wel uit welken andere hoofde ook, verklaarde de hypotheekgever hypotheek te verlenen tot een bedrag van (…) € 250.000,00 (…)), te vermeerderen met renten en kosten, (…) op:
“hypotheek [appellant] ”.De notaris heeft dit bedrag overgeboekt naar [appellant] met als omschrijving:
“lening/ voorschot [Vastgoedontwikkeling] ”.
Door Milon is een verkennend en een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (…). Gelet op de aard en mate van verontreiniging dient er een sanering plaats te vinden. Verkoper draagt zorg voor een saneringsplan en voor het kunnen leveren van een “onverdachte” locatie.
In een brief van 23 november 2012 van [de directeur] aan [appellant] en in een addendum van die datum op de koopovereenkomst (productie 8 dagvaarding in eerste aanleg) wordt de koopovereenkomst nader ingevuld/gewijzigd. In een side letter staat de afspraak tussen [de directeur] en [appellant] tot doorbetaling aan [de directeur] van door [appellant] van [Vastgoedontwikkeling] te ontvangen rente.”. [appellant] stelt dat de koopovereenkomst geen andere inhoud heeft gekregen op 23 november 2012 (in zijn toelichting op deze grief vermeldt [appellant] per abuis “2013”).
artikel 15 van Pro deze koopovereenkomst” te lezen: “
art. 13 van Pro deze koopovereenkomst”.
“Na levering van het verkochte is het door koper voorgenomen toekomstig gebruik voor koper”heeft geen betekenis. Het hof begrijpt dat die zin moet worden gelezen als
“Na levering van het verkochte is het door koper voorgenomen toekomstig gebruik voor risico van koper”.
zijn (commerciële en overige) kennis, kunde en ervaring welke nodig is om de plannen voor de zelfrealisatie door [appellant] te verwezenlijken”. In art. 3 is Pro vermeld dat [appellant] en [de directeur] de verkoopopbrengst van het buurperceel althans van de individuele kavels daaruit ten behoeve van de woningbouw bij helfte zullen verdelen, met dien verstande dat allereerst in mindering wordt gebracht de agrarische waarde van het perceel en de ontwikkelingskosten daarvan. Verder zijn [appellant] en [de directeur] op 23 november 2012 overeengekomen dat de eventueel door [Vastgoedontwikkeling] te betalen nabetalingsrente (zie r.o. 4.1 sub j) door [appellant] aan [de directeur] wordt doorbetaald (zie r.o. 4.1 sub k), terwijl is gesteld noch gebleken dat [de directeur] voor de ontvangst daarvan een reële tegenprestatie dient te leveren. Verder moet ervan worden uitgegaan dat [appellant] naar eigen zeggen wist dat [de directeur] directeur was van [Bouw] Bouw [plaats] en er van uit ging dat [de directeur] een algemene volmacht had om ook [Vastgoedontwikkeling] te vertegenwoordigen.