ECLI:NL:GHSHE:2015:473

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
12 februari 2015
Publicatiedatum
16 februari 2015
Zaaknummer
F 200.154.099_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep voogdij minderjarige kinderen na overlijden ouders

In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellante tegen een beschikking van de rechtbank die haar benoemde tot voogd over drie minderjarige kinderen, geboren in Somalië, na het overlijden van hun ouders.

De stichting Nidos had bij de rechtbank verzocht om een (tijdelijke) voogdij over de kinderen te verkrijgen en was bereid deze voogdij uit te oefenen. De rechtbank wees het verzoek van de stichting af en benoemde appellante tot voogd. Appellante was het niet eens met deze beslissing en ging in hoger beroep.

Tijdens de mondelinge behandeling van het hoger beroep trad appellante op met haar advocaat en werd zij bijgestaan door haar zoon als tolk. De Raad voor de Kinderbescherming was opgeroepen maar verscheen niet. Uiteindelijk trok de advocaat van appellante het hoger beroep in, waardoor het hof het beroep afwees en de beschikking van de rechtbank in stand liet.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de benoeming tot voogd blijft in stand.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
Uitspraak: 12 februari 2015
Zaaknummer: F 200.154.099/01
Zaaknummers eerste aanleg: C/02/275748 FA RK 14-192
C/02/275757 FA RK 14-199
C/02/275761 FA RK 14-201
in de zaak in hoger beroep van:
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. M.M. van der Marel,
tegen
Stichting Nidos,
gevestigd te Utrecht,
verweerster,
hierna te noemen: de stichting
.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 12 mei 2014.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 8 augustus 2014, heeft [appellante] verzocht voormelde beschikking te vernietigen en verzocht het verzoek van de stichting af te wijzen en tot voogd te benoemen [appellante] en de stichting, dan wel de stichting tot voogd te benoemen over de hierna nader te noemen minderjarigen.
2.2.
Van de zijde van de stichting is geen verweerschrift ingekomen.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 januari 2015. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- [appellante], bijgestaan door mr. Van der Marel;
- de stichting, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger stichting].
Tijdens de mondelinge behandeling is voor [appellante] als (niet-beëdigde) tolk opgetreden haar zoon, de heer [zoon 1].
2.4.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) is
,hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
2.5.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief van de raad d.d. 19 augustus 2014, waarin de raad het hof heeft meegedeeld dat de raad geen rapportages en adviezen heeft met betrekking tot de onderhavige kwestie(s).

3.De beoordeling

3.1.
Uit de relatie/het huwelijk van de zoon van [appellante], [zoon 2], met [echtgenote van zoon 2] zijn geboren:
- [kind 1] (hierna: [kind 1]), op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats], Somalië;
- [kind 2] (hierna: [kind 2]), op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats], Somalië;
- [kind 3] (hierna: [kind 3]), op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats], Somalië.
[zoon 2] en [echtgenote van zoon 2] zijn beiden overleden.
3.2.
Bij verzoekschrift van 10 januari 2014 heeft de stichting de rechtbank verzocht om een (tijdelijke) voogd over [kind 1], [kind 2] en [kind 3] te benoemen. De stichting heeft daarbij aangegeven dat zij bereid is deze (tijdelijke) voogdij uit te oefenen.
3.3.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank [appellante] benoemd tot voogdes over [kind 1], [kind 2] en [kind 3].
3.4.
[appellante] kon zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.
3.5.
Ter zitting van het hof heeft de advocaat van [appellante] het hoger beroep ingetrokken.
3.6.
Nu de grieven niet langer worden gehandhaafd, zal het hof het verzoek van [appellante] in hoger beroep afwijzen.

4.De beslissing

Het hof:
wijst af het verzoek in hoger beroep tegen de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C. Bijleveld-van der Slikke, J.H.J.M. Mertens-Steeghs en C.L.M. Smeets en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2015.