Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 28 juli 2015;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] d.d. 11 augustus 2015 met één productie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van Visverwerking B.V. tegen de uitspraak van de kantonrechter die oordeelde dat het ontslag van de locatiemanager kennelijk onredelijk was op grond van het gevolgencriterium. De werknemer was per overgang van onderneming in dienst gekomen en werd ontslagen wegens bedrijfseconomische omstandigheden, waarvoor een ontslagvergunning was verleend.
Het hof onderzocht diverse omstandigheden zoals de leeftijd, functie, bedrijfseconomische situatie, inspanningen van de werkgever en positie op de arbeidsmarkt. Hoewel de werknemer belangrijk was voor het bedrijf en naar tevredenheid werkte, vond het hof dat de bedrijfseconomische noodzaak voldoende was onderbouwd en dat er geen sprake was van een valse reden voor ontslag.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van outplacement, sollicitatietraining of ontslagvergoeding niet leidde tot kennelijk onredelijk ontslag, mede gezien de financiële situatie van Visverwerking. De werknemer had bovendien de periode zonder werkzaamheden kunnen benutten om ander werk te vinden.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, wees de vorderingen van de werknemer af, veroordeelde hem tot terugbetaling van reeds ontvangen bedragen en legde hem de proceskosten op. Hiermee werd het ontslag als rechtmatig bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het ontslag van de locatiemanager niet kennelijk onredelijk is en wijst zijn vorderingen af.