Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 4 juni 2015;
- de brief met bijlage van de GI d.d. 19 augustus 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank die machtiging verleende aan een gecertificeerde instelling tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige dochter. De moeder oefent het gezag uit en de vader heeft het kind erkend, maar heeft geen gezag. De vader verzorgt en voedt het kind sinds het vertrek van de moeder in september 2014.
De vader betwist de onveiligheid van de thuissituatie en stelt dat hij inmiddels stabieler is en de zorg kan overnemen. De gecertificeerde instelling voert aan dat beide ouders problematiek hebben zoals schulden, verslaving en agressie, waardoor de zorg onveilig is. De vader houdt zich niet aan afspraken met hulpverleners en de situatie is onvoldoende stabiel.
Het hof onderzoekt of de vader belanghebbende is in de procedure en concludeert dat hij dat is omdat hij het kind verzorgt en opvoedt, ook al heeft hij geen gezag. Vervolgens oordeelt het hof dat de wettelijke voorwaarden voor machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld vanwege de onveilige thuissituatie en het onvoldoende functioneren van de ouders.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de vader af. Het hoger beroep van de moeder is ingetrokken en wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de vader af.