Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
creëerten dat herhaling hiervan met het oog op haar belang ongewenst is. In het door de moeder thans gestelde ziet het hof geen aanleiding anders te oordelen over het op artikel 810a Rv gebaseerde verzoek van de moeder dan het hof heeft gedaan bij zijn beschikking van 12 februari 2015, omdat het hof - anders dan de raadsman van de moeder - van oordeel is dat voor een adequaat, op basis van 810a Rv uitgevoerd deskundigenonderzoek de medewerking van [minderjarige] onontbeerlijk is. Het hof acht het onwenselijk en in strijd met haar belang om [minderjarige] na de twee eerdere (niet voltooide) onderzoeken nu wederom aan een onderzoek te onderwerpen.