Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die haar zoon onder toezicht stelde van Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant. De moeder betwistte de gronden voor de ondertoezichtstelling en voerde aan dat de situatie van haar zoon niet bedreigd werd.
De stichting en de Raad voor de Kinderbescherming voerden aan dat er sprake is van zorgmijdend gedrag van de moeder, meerdere incidenten tussen ouders en een onveilige thuissituatie, waaronder huiselijk geweld waarvan het kind getuige was. Daarnaast zijn er recente gebeurtenissen zoals een confrontatie tussen de ouders en een hondenbeet bij het kind.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:254 BW Pro de ondertoezichtstelling terecht is uitgesproken omdat de zedelijke, geestelijke belangen en gezondheid van het kind ernstig worden bedreigd en andere middelen onvoldoende zijn. De moeder heeft hulpverlening geweigerd en de situatie is nog niet voldoende verbeterd.
Daarom wordt de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en wordt het verzoek van de moeder tot vernietiging of beperking van de ondertoezichtstelling afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd en het verzoek tot vernietiging of beperking afgewezen.