In deze civiele zaak stond de vaststelling van een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind centraal. De vader had in eerste aanleg verzocht om een al dan niet begeleide omgangsregeling, welke door de rechtbank was afgewezen. Het hof heeft het verzoek in hoger beroep opnieuw beoordeeld.
De Raad voor de Kinderbescherming werd betrokken en bracht een advies uit waarin een begeleide omgangsregeling werd aanbevolen, met begeleiding door het omgangshuis van Stichting Maashorst. Zowel de vader als de moeder reageerden op het advies; de vader stemde ermee in, terwijl de moeder haar bedenkingen uitsprak maar geen gegronde bezwaren aanvoerde.
Het hof besloot conform het advies van de raad om de vader en de minderjarige voorlopig recht te geven op contact via een begeleide omgangsregeling. Tevens werd bepaald dat het omgangshuis het hof schriftelijk zal informeren over de voortgang, met betrokkenheid van de raad en eventuele gezinsvoogd. De zaak wordt pro forma aangehouden tot 1 april 2016 om de resultaten van het traject af te wachten.