Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
3.De beoordeling
-worden bekrachtigd.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verzoekster heeft bij de rechtbank gevraagd om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €324.000, waaronder schulden aan meerdere banken. De rechtbank wees het verzoek af op grond van het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep betoogt verzoekster dat zij niet risicovol heeft gehandeld bij het aangaan van leningen en dat de overdracht van haar onderneming aan een stichting, waarvan familieleden bestuurders zijn, een gerechtvaardigde optie was op advies van een registeraccountant. Zij voert aan dat zij nog steeds de exploitatie van het gordijnatelier verzorgt en alle financiële beslissingen neemt.
Het hof oordeelt dat verzoekster niet kan worden verweten dat zij bij het aangaan van leningen te weinig goede trouw betrachtte. Wel concludeert het hof dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen. Dit vanwege het ontbreken van transparantie over de overdracht van haar onderneming aan de stichting en het niet overleggen van relevante financiële stukken, zoals de jaarrekening 2012.
Het hof benadrukt dat het advies dat verzoekster overlegt, slechts het perspectief van verzoekster en een bank bevat en niet dat van alle schuldeisers. Gezien deze omstandigheden bekrachtigt het hof het vonnis van de rechtbank dat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afwijst.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijk maken van nakoming van verplichtingen en gebrek aan transparantie.