Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5 Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 18 februari 2014 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van comparitie na aanbrengen. De comparitie gehouden op 18 maart 2014 heeft niet tot een regeling tussen partijen geleid;
- de memorie van grieven met drie producties, genummerd 6, 7 en 8;
- de memorie van antwoord met drie producties, genummerd 1, 2 en 3;
- de akte van [appellant] ;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] .
6.De gronden van het hoger beroep
7.De beoordeling
In hoger beroep heeft [appellant] de onder de post 8 mei opgenomen uren besteed aan de (assen van de) trailer niet bestreden.
Met betrekking tot de werkzaamheden op 13 mei (volgens [appellant] heeft het verstellen van de lier op 14 mei plaatsgevonden) stelt [appellant] dat van de 7 uren er 1,5 uur met het verwijderen van tape en folie gemoeid zullen zijn geweest zodat de rest (5,5 uur, hof) gemoeid moet zijn geweest met de trailer. Samen met de werkzaamheden op 8 mei dus ruimschoots meer dan de vier uren welke [geïntimeerde] volgens het vonnis van de kantonrechter zou hebben genoemd, aldus [appellant] .
Toegegeven moet worden dat [geïntimeerde] het werk niet per onderdeel heeft uitgesplitst, doch dat behoeft ook niet in alle omstandigheden te worden verwacht. De betwisting van [appellant] berust slechts op een redenering achteraf dat [geïntimeerde] meer dan de vier uren die hij noemde aan de steunen zou hebben gewerkt. Uit de genoemde urenaantallen valt dat niet zonder meer af te leiden.