ECLI:NL:GHSHE:2015:355
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige dochters na overlijden moeder
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen beslissingen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de ondertoezichtstelling van zijn twee minderjarige dochters en de uithuisplaatsing van de oudste dochter. De moeder van de kinderen is in mei 2014 overleden, waarna de Raad voor de Kinderbescherming en Stichting Bureau Jeugdzorg betrokken raakten bij de zorg voor de kinderen.
De vader voerde formele en inhoudelijke bezwaren aan tegen het indicatiebesluit en het raadsrapport, waaronder betwisting van de bevoegdheid tot ondertekening van het indicatiebesluit en de inhoudelijke beoordeling van de problematiek van de oudste dochter. Het hof oordeelde dat het indicatiebesluit rechtsgeldig was genomen en dat het onderzoek van de raad zorgvuldig was verricht.
Het hof stelde vast dat er sprake is van ernstige bedreiging van de ontwikkeling van beide dochters, waarbij de oudste dochter kampt met ernstige emotionele en gedragsproblemen. De conflicten tussen de dochters en de gezinssituatie, mede door het overlijden van de moeder, rechtvaardigen de ondertoezichtstelling. De uithuisplaatsing van de oudste dochter in een pleeggezin is noodzakelijk voor haar verzorging en opvoeding.
Hoewel de vader vrijwillig hulp aanvaardt, is een ondertoezichtstelling noodzakelijk vanwege zijn weerstand tegen de hulpverlening. Het hof benadrukte het belang van een zorgvuldige en gefaseerde thuisplaatsing van de oudste dochter en bekrachtigde de bestreden beschikkingen van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de oudste dochter en wijst het hoger beroep van de vader af.