Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[dochter 2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [dochter 1] en [dochter 2], bijgestaan door mr. Delsing;
- de man, bijgestaan door mr. M.J. Rubberg, kantoorgenoot van mr. Van Pol.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een hoger beroep van twee meerderjarige dochters tegen een beschikking van de rechtbank Limburg die de bijdrage van hun vader in hun levensonderhoud en studie met ingang van 1 december 2012 op nihil heeft gesteld. De vader was sinds september 2012 werkloos en ontving vanaf februari 2013 een WW-uitkering.
De dochters betwistten de nihilstelling en verzochten het hof de beschikking te vernietigen, althans de ingangsdatum van de nihilstelling later te laten ingaan. De vader stelde dat hij vanaf december 2012 niet meer over voldoende draagkracht beschikte om bij te dragen.
Het hof oordeelde dat de wijziging van omstandigheden, namelijk het inkomensverlies van de vader, een herbeoordeling rechtvaardigt en dat de draagkracht van de vader niet langer in geschil is. Hoewel het begrijpelijk is dat de dochters teleurgesteld zijn over het gebrek aan communicatie van de vader, leidt dit niet tot een latere ingangsdatum van de nihilstelling.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het meer of anders verzochte af. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: De nihilstelling van de bijdrage van de vader in de kosten van levensonderhoud en studie van zijn dochters wordt bekrachtigd met ingang van 1 december 2012.