Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 875903 CV EXPL 13-1098)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven (met producties);
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
3.De beoordeling
‘waarschijnlijk omdat deze niet meer aanwezig waren ten tijde van de invuistpandneming’. De bank voegde daaraan toe dat de kokers ook niet zijn aangetroffen, althans niet in de hoeveelheid zoals deze volgens [appellante] nog aanwezig zouden moeten zijn. Het eerste valt echter niet te rijmen met de mededeling van de bank zelf in de hiervoor genoemde brief van 26 oktober 2012 (prod. 6 concl.v.antw.) ‘
dat één pallet met kokers is aangetroffen die geïdentificeerd kon worden’.
4.De uitspraak
J.C.J. van Craaikamp en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 11 augustus 2015.